diederique 2016

Waarheen; 2015

Friesland – Dordtse Biesbosch; enkele reis.

De nazomer is prachtig; een voortdurende weldadigheid tot half oktober. Regelmatig gaan we in een lekker T-shirtje en een rok even naar Friesland om ons troetelkind te zien. Het duurt even voor alle formaliteiten achter de rug zijn, de afgesproken puntjes zijn opgelost en de boot wordt overgedragen. En dan wordt het najaar… Voorzien van een reistas met de laatste spullen vertrekken we de 13 e  met de trein naar Grou. De “pannen en potten” hebben we het afgelopen weekend al aan boord gebracht. Nog een paar puntjes resten nog voor we af kunnen duwen; durven eigenlijk, een lichte aarzeling houdt ons wat langer tegen de wal. Mijlen, tienduizenden, hebben we al onder de kiel gehad, maar nu, met de laatste 300 kilometer voor dit jaar te gaan, aarzelen we onbewust even. Voor het eerst alleen met de boot op weg. Eigenlijk ligt de knoop in mijn maag, 10 meter voor onze boeg. Immers voor het eerst de box uitvaren, meteen met boeg en hekschroef spelend “haaks uit” op weg naar een brug waar we in no-time het mastje omlaag moeten doen; oef. Bij de proefvaart liet ik dat over aan de werfbaas. De mens lijdt het meest… etc. Vijf minuten later zijn alle moeilijke manoeuvres achter de rug en varen we met een kalm gangetje onder de brug door waar zelfs nog 20 cm ruimte blijkt te zijn tussen het cabrioletdak en de onderkant van de brug. Even later begint het te betrekken en gaan we een periode van gestaag druppelende regen in. Kunnen we mooi de ruitenwissers benutten. Dagelijks halen we even het weerbericht op. Er maakt zich een “mañana”gevoel van ons meester, iedere dag opnieuw lijkt de weersverbetering zich overmorgen aan te dienen. Eenmaal  de box uit, de brug onderdoor gaat het soepel. De 3000 zeemijlen die we dit jaar al gevaren hebben maken dat we al snel weer in ons ritme en onze taakverdeling zitten. Heerenveen, de Weerribben, Hasselt, Zwolle, de Ijssel, de Rijn, Lek, het Merwede kanaal, de Merwede. Voor we het weten zitten we al op het Wantij en even later, op onze winterplek. Terwijl het buiten al die dagen druizelt en soms zelfs gutst van de regen, bevalt het ons aan boord prima. We genieten volop, de vogels, de reeën op de wal, het waterwild. Verstilde landschappen trekken aan ons tijdens het varen voorbij. Toch is het wennen zo’n motorboot. Op een dag varen we weg als de werfbaas ons met veel geschreeuw terug roept. De walstroom zit nog vast aan de wal! Wat wil je als je jaren alleen maar stroom hebt gemaakt met de generator; zo’n walstroom stekker zie je dan toch snel over het hoofd.   Het valt tegen met de temperaturen. Zeker na de warme nazomer is deze eerste echte najaarsweek met temperaturen van 7-10 graden geen echt feest. Gelukkig lukt het ruimschoots om het binnen de cabriokap en de kuiptent goed warm te houden, wat ventileren maakt het zicht, zelfs bij vrijwel dichtgeritste ramen nog altijd perfect rondom. Alleen die vochtige gladde steigers, dat is nog wel even wennen voor ons. Een maand later leggen we ons troetelkind, met een goed gevoel, weg onder haar winterkleed. Op naar 2016, we hebben er zin in.     
©Diederique

Waarheen; 2015

Friesland – Dordtse Biesbosch; enkele reis. De nazomer is prachtig; een voortdurende weldadigheid tot half oktober. Regelmatig gaan we in een lekker T-shirtje en een rok even naar Friesland om ons troetelkind te zien. Het duurt even voor alle formaliteiten achter de rug zijn, de afgesproken puntjes zijn opgelost en de boot wordt overgedragen. En dan wordt het najaar… Voorzien van een reistas met de laatste spullen vertrekken we de 13 e  met de trein naar Grou. De “pannen en po n we het afgelopen weekend al aan boord gebracht. Nog een paar puntjes resten nog voor we af kunnen duwen; durven eigenlijk, een lichte aarzeling houdt ons wat langer tegen Mijlen, tienduizenden, hebben we al onder de kiel gehad, maar nu, met maar 300 kilometer voor dit jaar te gaan, aarzelen we onbewust even. Voor het eerst alleen met de boot op weg. Eigenlijk ligt de knoop in mijn maag 10 meter voor onze boeg. Immers voor het eerst de box uitvaren –bij de proefvaart liet ik dat over aan de verkoopbaas- en meteen met boeg en hekschroef spelend “haaks uit” op weg naar een brug waar we in no-time het mastje omlaag moeten doen. De mens lijdt het meest… etc. Vijf minuten laten zijn alle moeilijke manoeuvres achter de rug en varen we met een kalm gangetje onder de brug door waar zelfs nog 20 cm ruimte blijkt te zijn tussen het cabrioletdak en de onderkant van de brug. Even later begint het te betrekken en gaan we een periode van gestaag druppelende regen in. Kunnen we mooi de ruitenwissers benutten. Dagelijks halen we even het weerbericht op. Er maakt zich een “mañana”gevoel van ons meester, iedere dag opnieuw lijkt de weersverbetering zich overmorgen aan te dienen. Eenmaal  de box uit, de brug onderdoor gaat het soepel. De mijlen die we dit jaar gevaren hebben maken dat we al snel weer in ons ritme en onze taakverdeling zitten. Heerenveen, de Weerribben, Hasselt, Zwollen, de Ijssel, de Rijn, Lek, het Merwede kanaal, de Merwede. Voor we het weten zitten we al op het Wantij en even later, op onze winterplek. Terwijl het buiten al die dagen druizelt en soms zelfs gutst van de regen, bevalt het ons aan boord prima. We genieten volop, de vogels, de reeen op de wal, het waterwild. Verstilde landschappen trekken aan ons tijdens het varen voorbij. och is het wennen zo’n motorboot. Op een dag varen we weg, als de werfbaas ons met veel geschreeuw terug roept. De walstroom zit nog vast aan de wal! Wat wil je als je jaren alleen maar stroom hebt gemaakt met de generator; zo’n walstroom stekker ziie dan toch snel over het hoofd. Het valt tegen met de temperaturen. Zeker na de warme nazomer is deze eerste echte najaarsweek met temperaturen van 7-10 graden geen echt feest. Gelukkig lukt het ruimschoots om het binnen de cabriokap en de kuiptent goed warm te houden, wat ventileren maakt het zicht, zelfs bij vrijwel dichtgeritste ramen nog altijd perfect rondom. Alleen die vochtige gladde steigers, dat is nog wel even wennen voor ons. Een maand later leggen we ons troetelkind, met een goed gevoel, weg onder haar winterkleed. Op naar 2016, we hebben er zin in.     

Friesland – Dordtse Biesbosch; enkele reis.

De nazomer is prachtig; een voortdurende weldadigheid tot half oktober. Regelmatig gaan we in een lekker T-shirtje en een rok even naar Friesland om ons troetelkind te zien. Het duurt even voor alle formaliteiten achter de rug zijn, de afgesproken puntjes zijn opgelost en de boot wordt overgedragen. En dan wordt het najaar… Voorzien van een reistas met de laatste spullen vertrekken we de 13e met de trein naar Grou. De “pannen en potten” hebben we het afgelopen weekend al aan boord gebracht. Nog een paar puntjes resten nog voor we af kunnen duwen; durven eigenlijk, een lichte aarzeling houdt ons wat langer tegen de wal. Mijlen, tienduizenden, hebben we al onder de kiel gehad, maar nu, met maar 300 kilometer voor dit jaar te gaan, aarzelen we onbewust even. Voor het eerst alleen met de boot op weg. Eigenlijk ligt de knoop in mijn maag 10 meter voor onze boeg. Immers voor het eerst de box uitvaren en meteen met boeg en hekschroef spelend “haaks uit” op weg naar een brug waar we in no-time het mastje omlaag moeten doen; oef. Bij de proefvaart liet ik dat over aan de werfbaas. De mens lijdt het meest… etc. Vijf minuten later zijn alle moeilijke manoeuvres achter de rug en varen we met een kalm gangetje onder de brug door waar zelfs nog 20 cm ruimte blijkt te zijn tussen het cabrioletdak en de onderkant van de brug. Even later begint het te betrekken en gaan we een periode van gestaag druppelende regen in. Kunnen we mooi de ruitenwissers benutten. Dagelijks halen we even het weerbericht op. Er maakt zich een “mañana”gevoel van ons meester. Iedere dag opnieuw lijkt de weersverbetering zich overmorgen aan te dienen. Eenmaal  de box uit, de brug onder door gaat het soepel. De mijlen die we dit jaar gevaren hebben maken dat we al snel weer in ons ritme en onze taakverdeling zitten. Heerenveen, de Weerribben, Hasselt, Zwollen, de Ijssel, de Rijn, Lek, het Merwede kanaal, de Merwede. Voor we het weten zitten we al op het Wantij en even later, op onze winterplek. Terwijl het buiten al die dagen druizelt en soms zelfs gutst van de regen, bevalt het ons aan boord prima. We genieten volop, de vogels, de reeen op de wal, het waterwild. Verstilde landschappen trekken aan ons tijdens het varen voorbij. Toch is het wennen zo’n motorboot. Op een dag varen we weg, als de werfbaas ons met veel geschreeuw terugroept. De walstroom zit nog vast aan de wal! Wat wil je als je jaren alleen maar stroom hebt gemaakt met de generator; zo’n walstroom stekker zie je dan toch snel over het hoofd.   Het valt tegen met de temperaturen. Zeker na de warme nazomer is deze eerste echte najaarsweek met temperaturen van 7-10 graden geen echt feest. Gelukkig lukt het ruimschoots om het binnen de cabriokap en de kuiptent goed warm te houden, wat ventileren maakt het zicht, zelfs bij vrijwel dichtgeritste ramen nog altijd perfect rondom. Alleen die vochtige gladde steigers, dat is nog wel even wennen voor ons. Een maand later leggen we ons troetelkind, met een goed gevoel, weg onder haar winterkleed. Op naar 2016, we hebben er zin in.